Onwaarschijnlijk licht zijn de Estse zomers
In de aula waren zeker vijfhonderd familieleden bijeen. Oma's in ouderwetse zomerjurken, moeders met gepermanente kapsels, vaders zwetend in te warme colberts en zusjes met strikken in het haar.
Een enkeling behoorde tot de nieuwe groep van geslaagde Esten: hun blik was zelfverzekerder, hun mobiele telefoon kon niet tot zwijgen worden gebracht.
Hoge ramen keken uit over een binnenplaats waar knoestige platanen wolken lichtgroene bladeren torsten.
De school was gebouwd tijdens de Eerste Republiek, de periode tussen 1920 en 1939, toen Estland voor het eerst onafhankelijk was. De zon scheen van alle kanten de aula binnen, onwaarschijnlijk licht zijn de Estse zomers.
In de winter moet daar een hoge prijs voor worden betaald met maanden waarin het 's middags slechts schemert.
Het wachten was op de gymnasiumleerlingen die hun diploma in ontvangst zouden nemen. Ik zat naast Daina, daarnaast Aavo. Mijn rechterschouder raakte de stevige bovenarmen van grootmoeder Helva, die iets fluisterde tegen haar kleindochter Andra.
Ruim tien jaar kende ik deze Estse familie. Andra en Anneli waren Sovjetgeklede kleuters geweest. De boerderij waar ze woonden beschikte over slechts een koude kraan, het toilet was buiten, een ijskoud hok. Op zaterdag werd de sauna opgestookt, door de week kon niemand zich wassen.
Toch leek het alweer een eeuwigheid geleden dat de nieuwe badkamer werd gebouwd. 's Winters maakten de meisjes daar hun huiswerk, nergens in huis was het zo behaaglijk als daar, gezeten op de warme tegels, vanwege de vloerverwarming. Daarna was het alsof er een stroom van nieuwe spullen door de woning spoelde. Er kwam een wasmachine, een magnetron, een computer.
Het begon e-mails te regenen in Amsterdam. Niet alleen Daina en Aavo waren altijd bereikbaar op hun mobiele telefoons, ook de meisjes. Die parfumeerden zich tegenwoordig met producten van de Bodyshop en droegen kleren van H&M.
Naast mij verschoof grootmoeder haar imposante dijen. Vroeger was ze een partijbons geweest, nu klaagde ze dat haar pensioen ontoereikend was en ze nog steeds moest werken. Maar over een paar dagen ging ze met een busreis naar Praag. Zo trokken nu ook de minder gefortuneerde Esten de wereld in. Ze sliepen in Formule-1-hotels, 's ochtends bracht de bus hen naar bezienswaardigheden in de steden. Daina stootte me aan: daar kwamen ze, twee aan twee. De jongens onwennig in pak met een wit overhemd en een stropdas, de meisjes naast hen in jurken, blozend, de ogen neergeslagen. Alleen onze Anneli droeg een broek, maar ook haar wangen waren als appeltjes zo rood. Vol schroom was ze, zo zag je Nederlandse pubers nooit. Zwijgend bestegen de jonge mensen het toneel. De meisjes namen plaats op rijen stoelen, de jongens bleven staan.
De rector, in een donkerrood Sovjetpak, nam het woord.
Moeiteloos vertaalde vijftienjarige Andra zijn woorden in het Engels, ze boog zich over haar grootmoeder heen. "Jullie zullen uitzwermen, je weg zoeken. Wij zien jullie gaan, met trots, maar ook met spijt. De schooltijd is een belangrijke periode in een mensenleven."
Toen de rector stilviel, nam een strenge juffrouw plaats achter de piano. Een jongen en een meisje deden een paar stijve passen naar voren en zongen een duet. Tears in Heaven van Eric Clapton, glashelder, de Engelse tekst keurig uitgesproken. Daarna werden alle leerlingen stuk voor stuk naar voren geroepen. Ze kregen hun diploma en een ernstige hand. Een enkeling ook nog een compliment voor opvallende prestaties. De hitte was om te snijden, maar zelfs de baby's gaven geen kik. Esten kunnen geduldig zijn. Russen vormen eenderde van de bevolking, maar op deze school zat geen enkele leerling met een Russische naam.
Die hadden nog steeds hun eigen Russischtalige scholen, maar op de universiteiten werd alleen in het Ests gedoceerd. Anneli wilde nog niet gaan studeren, had ze me verteld. Eerst ging ze een jaar naar Londen.
Toen ik haar ouders ontmoette, in de Transsiberiƫ Express, droegen ze Sovjettrainingspakken en spraken over Europa alsof dat onbereikbaar was. Ze hadden het nooit geloofd als iemand voorspeld had dat hun dochter op haar achttiende naar Groot-Brittanniƫ zou gaan.
Vijf meisjes vormden een kring en zongen een lied in het Ests. Die taal, verwant aan het Fins, met veel dubbele klinkers, kan grof klinken als mannen het knauwen, maar nu was het als een lieflijke zeewind die door een espenbos fluisterde.
Opnieuw beklom de rector het podium. Hij riep een ouderpaar naar voren, twee magere blonde mensen. Toen ze hun kind kregen, waren ze nog geen twintig geweest. "Goede ouders krijgen ook een diploma", zei Daina. Ik dacht dat ze een grapje maakte, maar dat was niet het geval. Ouders van kinderen met slechte cijfers kwamen niet in aanmerking.
Ik hield mijn adem in. Daina en Aavo veerden overeind. Ook zij mochten naar voren komen.
Na afloop dronken we koffie in Maiasmokk, een tearoom die sinds mensenheugenis gevestigd is in het middeleeuwse hart van Tallinn. We bogen ons over de vitrine waarin aardbeien-, room- en custardtaartjes waren uitgestald. Vooral dames waren neergestreken rond de tafeltjes met koperen randen.
Ze droegen lichte zomerhoeden, bijpassende handtassen stonden bij hun voeten. Ook een paar Finnen hadden de weg naar Maiasmokk gevonden. De Finnen zijn weliswaar het volk waar de Esten het meest op lijken, maar in deze tearoom met spiegelende wanden werden de verschillen alleen maar uitvergroot. De Finse vrouwen droegen spijkerbroeken en sportschoenen, net als hun mannen, het ontbrak hen aan Estse elegantie. Anneli at stilletjes haar taart, op haar schoot lagen de bloemen die ze had gekregen. Ze keek dromerig voor zich uit. "Wat een dag", verzuchtte haar moeder. Want er stond nog veel meer te gebeuren.
Het Eurovisiesongfestival werd die dag in Tallinn gehouden. Buiten het centrum was een nieuwe hal gebouwd, de televisie had voortdurend bericht over alle voorbereidingen die waren getroffen. Maandenlang had het land gegonsd van de geruchten over het tweetal dat de show zou gaan presenteren.
Ze waren ziek, ze waren schor, ze hadden op het laatste moment afgehaakt. Maar nu was het zover. Toegangskaartjes waren onbetaalbaar, wij gingen thuis op de boerderij alles op de televisie volgen. We reden de stad uit, over een weg die kleurig bloeiende weilanden doorsneed.
Het was nog steeds stralend weer toen de eerste artiesten hun lied ten beste gaven voor een futuristisch decor. Verlichting in honderd kleuren scheen op hen neer. De twee presentatoren verspraken zich niet, hun kleding was in orde, hun Engelse uitspraak kon ermee door. Heel Estland had zich daar zorgen over gemaakt. "We staan niet voor gek", verzuchtte Daina, in naam van alle Esten.
Toen de stemming begon, gingen zij en ik even naar buiten. In het veld voor de boerderij stapten twee ooievaars deftig op hoge poten door het gras. "Nu kan er eigenlijk niets meer fout gaan", zei Daina, terwijl de zon op het punt stond onder te gaan in het noorden. Er droop een traan over haar wang. Het was een dag om nooit te vergeten.
"Wie er gaat winnen doet er niet toe, de show was goed georganiseerd, daar ging het om", zei Daina aangedaan.
"Ik hoef me niet te schamen voor mijn land.
Vanavond voel ik me voor het eerst Europeaan."
Carolijn Visser
Carolijn Visser schreef reisverhalen over China, Mongoliƫ, Vietnam en Nicaragua. Haar laatste publicatie 'Uit het Moeras' is het verslag van een tweejarig verblijf in Estland. In februari 2003 verscheen bij uitgeverij Augustus haar boek 'Tibetaanse Perziken', een verhaal over Tibetanen die in Tibet en in ballingschap hun identiteit moeten zien te bevechten.
Een enkeling behoorde tot de nieuwe groep van geslaagde Esten: hun blik was zelfverzekerder, hun mobiele telefoon kon niet tot zwijgen worden gebracht.
Hoge ramen keken uit over een binnenplaats waar knoestige platanen wolken lichtgroene bladeren torsten.
De school was gebouwd tijdens de Eerste Republiek, de periode tussen 1920 en 1939, toen Estland voor het eerst onafhankelijk was. De zon scheen van alle kanten de aula binnen, onwaarschijnlijk licht zijn de Estse zomers.
In de winter moet daar een hoge prijs voor worden betaald met maanden waarin het 's middags slechts schemert.
Het wachten was op de gymnasiumleerlingen die hun diploma in ontvangst zouden nemen. Ik zat naast Daina, daarnaast Aavo. Mijn rechterschouder raakte de stevige bovenarmen van grootmoeder Helva, die iets fluisterde tegen haar kleindochter Andra.
Ruim tien jaar kende ik deze Estse familie. Andra en Anneli waren Sovjetgeklede kleuters geweest. De boerderij waar ze woonden beschikte over slechts een koude kraan, het toilet was buiten, een ijskoud hok. Op zaterdag werd de sauna opgestookt, door de week kon niemand zich wassen.
Toch leek het alweer een eeuwigheid geleden dat de nieuwe badkamer werd gebouwd. 's Winters maakten de meisjes daar hun huiswerk, nergens in huis was het zo behaaglijk als daar, gezeten op de warme tegels, vanwege de vloerverwarming. Daarna was het alsof er een stroom van nieuwe spullen door de woning spoelde. Er kwam een wasmachine, een magnetron, een computer.
Het begon e-mails te regenen in Amsterdam. Niet alleen Daina en Aavo waren altijd bereikbaar op hun mobiele telefoons, ook de meisjes. Die parfumeerden zich tegenwoordig met producten van de Bodyshop en droegen kleren van H&M.
Naast mij verschoof grootmoeder haar imposante dijen. Vroeger was ze een partijbons geweest, nu klaagde ze dat haar pensioen ontoereikend was en ze nog steeds moest werken. Maar over een paar dagen ging ze met een busreis naar Praag. Zo trokken nu ook de minder gefortuneerde Esten de wereld in. Ze sliepen in Formule-1-hotels, 's ochtends bracht de bus hen naar bezienswaardigheden in de steden. Daina stootte me aan: daar kwamen ze, twee aan twee. De jongens onwennig in pak met een wit overhemd en een stropdas, de meisjes naast hen in jurken, blozend, de ogen neergeslagen. Alleen onze Anneli droeg een broek, maar ook haar wangen waren als appeltjes zo rood. Vol schroom was ze, zo zag je Nederlandse pubers nooit. Zwijgend bestegen de jonge mensen het toneel. De meisjes namen plaats op rijen stoelen, de jongens bleven staan.
De rector, in een donkerrood Sovjetpak, nam het woord.
Moeiteloos vertaalde vijftienjarige Andra zijn woorden in het Engels, ze boog zich over haar grootmoeder heen. "Jullie zullen uitzwermen, je weg zoeken. Wij zien jullie gaan, met trots, maar ook met spijt. De schooltijd is een belangrijke periode in een mensenleven."
Toen de rector stilviel, nam een strenge juffrouw plaats achter de piano. Een jongen en een meisje deden een paar stijve passen naar voren en zongen een duet. Tears in Heaven van Eric Clapton, glashelder, de Engelse tekst keurig uitgesproken. Daarna werden alle leerlingen stuk voor stuk naar voren geroepen. Ze kregen hun diploma en een ernstige hand. Een enkeling ook nog een compliment voor opvallende prestaties. De hitte was om te snijden, maar zelfs de baby's gaven geen kik. Esten kunnen geduldig zijn. Russen vormen eenderde van de bevolking, maar op deze school zat geen enkele leerling met een Russische naam.
Die hadden nog steeds hun eigen Russischtalige scholen, maar op de universiteiten werd alleen in het Ests gedoceerd. Anneli wilde nog niet gaan studeren, had ze me verteld. Eerst ging ze een jaar naar Londen.
Toen ik haar ouders ontmoette, in de Transsiberiƫ Express, droegen ze Sovjettrainingspakken en spraken over Europa alsof dat onbereikbaar was. Ze hadden het nooit geloofd als iemand voorspeld had dat hun dochter op haar achttiende naar Groot-Brittanniƫ zou gaan.
Vijf meisjes vormden een kring en zongen een lied in het Ests. Die taal, verwant aan het Fins, met veel dubbele klinkers, kan grof klinken als mannen het knauwen, maar nu was het als een lieflijke zeewind die door een espenbos fluisterde.
Opnieuw beklom de rector het podium. Hij riep een ouderpaar naar voren, twee magere blonde mensen. Toen ze hun kind kregen, waren ze nog geen twintig geweest. "Goede ouders krijgen ook een diploma", zei Daina. Ik dacht dat ze een grapje maakte, maar dat was niet het geval. Ouders van kinderen met slechte cijfers kwamen niet in aanmerking.
Ik hield mijn adem in. Daina en Aavo veerden overeind. Ook zij mochten naar voren komen.
Na afloop dronken we koffie in Maiasmokk, een tearoom die sinds mensenheugenis gevestigd is in het middeleeuwse hart van Tallinn. We bogen ons over de vitrine waarin aardbeien-, room- en custardtaartjes waren uitgestald. Vooral dames waren neergestreken rond de tafeltjes met koperen randen.
Ze droegen lichte zomerhoeden, bijpassende handtassen stonden bij hun voeten. Ook een paar Finnen hadden de weg naar Maiasmokk gevonden. De Finnen zijn weliswaar het volk waar de Esten het meest op lijken, maar in deze tearoom met spiegelende wanden werden de verschillen alleen maar uitvergroot. De Finse vrouwen droegen spijkerbroeken en sportschoenen, net als hun mannen, het ontbrak hen aan Estse elegantie. Anneli at stilletjes haar taart, op haar schoot lagen de bloemen die ze had gekregen. Ze keek dromerig voor zich uit. "Wat een dag", verzuchtte haar moeder. Want er stond nog veel meer te gebeuren.
Het Eurovisiesongfestival werd die dag in Tallinn gehouden. Buiten het centrum was een nieuwe hal gebouwd, de televisie had voortdurend bericht over alle voorbereidingen die waren getroffen. Maandenlang had het land gegonsd van de geruchten over het tweetal dat de show zou gaan presenteren.
Ze waren ziek, ze waren schor, ze hadden op het laatste moment afgehaakt. Maar nu was het zover. Toegangskaartjes waren onbetaalbaar, wij gingen thuis op de boerderij alles op de televisie volgen. We reden de stad uit, over een weg die kleurig bloeiende weilanden doorsneed.
Het was nog steeds stralend weer toen de eerste artiesten hun lied ten beste gaven voor een futuristisch decor. Verlichting in honderd kleuren scheen op hen neer. De twee presentatoren verspraken zich niet, hun kleding was in orde, hun Engelse uitspraak kon ermee door. Heel Estland had zich daar zorgen over gemaakt. "We staan niet voor gek", verzuchtte Daina, in naam van alle Esten.
Toen de stemming begon, gingen zij en ik even naar buiten. In het veld voor de boerderij stapten twee ooievaars deftig op hoge poten door het gras. "Nu kan er eigenlijk niets meer fout gaan", zei Daina, terwijl de zon op het punt stond onder te gaan in het noorden. Er droop een traan over haar wang. Het was een dag om nooit te vergeten.
"Wie er gaat winnen doet er niet toe, de show was goed georganiseerd, daar ging het om", zei Daina aangedaan.
"Ik hoef me niet te schamen voor mijn land.
Vanavond voel ik me voor het eerst Europeaan."
Carolijn Visser
Carolijn Visser schreef reisverhalen over China, Mongoliƫ, Vietnam en Nicaragua. Haar laatste publicatie 'Uit het Moeras' is het verslag van een tweejarig verblijf in Estland. In februari 2003 verscheen bij uitgeverij Augustus haar boek 'Tibetaanse Perziken', een verhaal over Tibetanen die in Tibet en in ballingschap hun identiteit moeten zien te bevechten.