Fietsreis Cuba januari 2008/1
1e dag en 2e dag, 17 en 18 januari
Vanaf het vliegveld gaan we met de bus naar ons hotel, dat buiten Havan ligt, maar wel in de Ambassadewijk. Als we in ons hotel aankomen is het al laat, iedereen is moe na zo’n lange vliegreis. Maar eerst nog een hapje eten en dan lekker slapen. Nog even geproefd van de buitenlucht, het is een lekker temperatuurtje. Na het ontbijt zijn we het eerste stuk met de bus gegaan, daarna hebben we allemaal een“passende” fiets uitgezocht, hier een zadeltje wat hoger, daar een stuurtje wat rechter, kortom, het was allemaal snel geregeld en kon het grote avontuur beginnen. Rustig aan, zo’n 17 kilometer door mooie natuur en het laatste stuk was een stevige klim. We slapen in een huisje in een schitterend park, prachtig zwembad, veel vogels. De eerste dag is goed bevallen, met z’n allen eenvoudig gegeten, wel heel gezellig.
3e dag, 19 januari
Heerlijk geslapen. Hotel Villa Soroa bestaat uit receptie, restaurant en groot zwembad zoals “een hotel” , de kamers zijn huisjes, verspreid over een prachtige tuin. Ieder huisje heeft muggenhorren. Het waait heerlijk en de airco is niet nodig. We worden in de ochtend door de vogels gewekt. Na het ontbijtbuffet vertrokken we met de fiets naar Las Terrassas, een prachtige tocht, met hoogteverschillen in dit heuvellandschap en goede wegen, nog wel hier ten westen van Havana. Het landschap is heel groen, af en toe fietsen we door kleine dorpjes, er is heel veel natuur, en een groot voordeel van Cuba, er is weinig verkeer, praktisch geen auto’s, geen brommers af en toe “iets”wat langskomt met een heel oude motor zodat de zwarte walm je de adem ontneemt. Gelukkig waait het redelijk. En overal waar mensen zijn, zwaaien. Vooraan rijdt onze cubaanse reisgids “Älfredo”, en ergens achter ons de “volgbus”. Ik voel me ontzettend luxe en gepamperd, het is nog net niet zo dat de weg voor ons is afgezet al lijkt het er soms wel op als er heel lang geen ander verkeer is langs gekomen. Las Terrassas is een leuke plek om te lunchen en te zwemmen in het riviertje. Terug gingen een aantal Djosers met de bus omdat ze is SOROA nog wilden wandelen, o.a. naar de orchideeëntuin. Achteraf hoorde ik dat de tuin zeer de moeit waard was met prachtige bloemen, bomen en planten. Ik koos ervoor om op de fiets te gaan, heerlijk om in alle rust te fietsen langs de palmbomen en de vele groene kleurschakeringen. Met veel water drinken en goed smeren is het allemaal prima gegaan. Dit gaat verder nog heel leuk worden.
4e dag, 20 januari
Wat voor weer is het vandaag???? Hè bah, regen. Daar hadden we niet op gerekend. En dan ook nog op de fiets, heuveltje op, heuveltje af.
Gelukkig, we gaan het eerste stuk met de bus, niet omdat we bang zijn dat we nat zullen worden (zo hard regent het niet), nee de wegen kunnen glad zijn, (water en olie) waardoor er valpartijen kunnen ontstaan. Om 8.30 uur vertrekken we, al gauw wordt het droog en probeert de zon door het wolkendek te komen. Wanneer we op de fiets zitten begint de zon te schijnen, heerlijk. We fietsen door dorpjes, langs rijstvelden, bananenplantages en andere grote en kleine akkers. Onze gids en chauffeur moeten vandaag nog stemmen en wij mogen meekijken. Twee kinderen staan bij de stembiljetboxen en maken een soort groet wanneer iemand zijn/haar biljet in de box doet, zij moeten er op toe zien dat dat goed gebeurt. Tijdens de fietsrit is er van alles te zien, het is zondag, de bevolking is vrij en vermaakt zich wat met rondom flaneren, partijtje volleybal, spelen met de kinderen of zomaar wat bij elkaar staan voor een praatje. Bij ons komt dit erg relaxed over. En we zwaaien wat af.
Langs de weg zie je koeien, kippen met kuikens, geiten en honden. En langs de weg betekent dus......in de berm. Soms steekt er een varken, geit of koe over. So what, komt vanzelf wel weer terug. Het is zoals gezegd zondag en wat eet de bevolking dan? Varkensvlees en wel uitermate vers. Het varken, schreeuwend en vastgebonden in d kruiwagen wordt vervoerd naar zijn/haar bestemming, de slachterij. Onderweg krijgen wij een varkenskop aangeboden. Lief, maar nee, bedankt. Onderweg lunchen we bij de zus van onze gids Alfredo. Eerst allemaal verse kokosnoot, dan heerlijke broodjes, lekkere verse sapjes, fruit groente en tonijn. Heel erg gezellig. Het is een soort kleine boerderij met een varken, kippen en honden (ook puppies).
(Ik heb gehoord dat veel mensen illegaal een varken in huis hadden waarvan de stembanden doorgesneden waren, of dat nog gebeurt weet ik niet, red) Na deze heerlijke lunch fietsen we verder. Wel een beetje afzien, met een volle maag nog 15 km, met tegenwind naar onze volgende standplaats, San Diego de los Baños. Je kunt goed merken dat het zondag is, de Cubanen vieren feest met veel muziek en dans. Erg gezellig om dit mee te maken en ook wij, de Hollanders moeten meedoen. Het gaat ons goed af, maar we moeten nog wel wat oefenen met de heupjes. Vermoeid gaan we vanavond vroeg naar bed.Welterusten en morgen gezond weer op.
5e dag, 21 januari
Regen viel in de nacht, maar bij het opstaan gstopt. Het zonnetje brak alweer door de wolken. Het ontbijtbuffet wordt op Cubaanse wijze opgestart en gaf ons veel keus. Genoeg “fuel” opgedaan om lekker te fietsen. Maar we starten eerst met de bus richting sigarenfabriek om te kijken hoe dat nu in elkaar gedraaid wordt. Dat is nu nog een verrassing want we mogen niet binnen. Helaas moest in een andere plaats een soort van toegangsbewijs gekocht worden. Het blijft tenslotte Cuba. Dan maar gelijk op de fiets, die “rokertjes” komen later. Van Consolacion op de fiets richting Pinar del Rio waar wij ons hotel “Aquas Claras”hebben. De rit gaat lekker glooiend, geen heuvels. Het zonnetje schijnt, lekker windje. Helemaal top om zo het landschap aan je voorbij te zien gaan. Nu zie je wel verkeer maar het blijft voor een werkdag weinig. Wel veel mensen op straat, vooral bij kruispunten, ze hopen op vervoersaansluiting. Dat gaat in zowel open als dichte vrachtwagens of paardekar met bankjes aan beide zijden. We worden nog steeds toegezwaaid of we in eigen dorp bekenden tegenkomen. Onze fietsstoet wordt nog even opgehouden door een overstekende koe aan een touw. Dat vraagt om rustig over het touw te gaan om geen ongeluk te krijgen of boze boer op je nek.
We kwamen wat vroeger aan in het hotel, even aan het zwembad gezeten voor een drankje. De sleutels worden later verdeeld in het restaurant met uitleg over het dagprogramma. Na het opfrissen een geïmproviseerde picknick met tonijn, worstjes, tomaat, ananas etc., niet verkeerd, het was heerlijk. De honden eten later de kruimels op. Om 11.00 uur vertrekken we op de fiets naar de stad Pinar del Rio. Alfredo gidst ons
We stoppen bij een likeurfabriek. Van de Agave-vrucht wordt likeur gemaakt, we zagen het hele proces. Na genipt te hebben werd er gretig ingekocht. Verder door straatjes langs koloniale gebouwen die helaas niet meer in topstaat zijn maar met oude auto’s het beeld van Cuba compleet maken. Zijn toen zelf de stad verder gaan verkennen. Om 17.00 uur weer bij de bus, niemand fietste terug. De lokale fiets-taxi wordt ook voor een stukje uitgeprobeerd, niet afgedongen, 1 pesos per persoon. Zo stimuleer je de lokale economie.........Opgefrist in het hotel en om 19.00 uur zijn we gaan eten in Pinar del Rio. Van te voren opgegeven wat voor vlees we in de kuip........pardon op het bord willen hebben. Bij het restaurant aangekomen leek het stadscentrum wel uitgestorven. Vrijwel geen verkeer of mensen op straat. Verlichting beperkt. Het restaurant daarentegen gezellig, grote muurschildering van woud met waterval, muziek (natuurlijk) op de achtergrond. Gezellig de tafels tegen elkaar gezet, het eten was heerlijk en in overvloed. Met lichte regen weer huiswaarts. Morgen begint de dag weer schoon en fris.
6e dag, 22 januari
Wat zieken in de boeg, misselijkheid, overgeven, hoofdpijn, buikloop, de bekende verschijnselen van verre reizen en dan ziek worden. Een djosertje had de badkamer niet gehaald en begon de deur te besproeien, Gelukkig kwam het hotelpersoneel het opruimen. Inventarisatie: 4 bleven thuis in bed, 4 anderen, iets minder ziek gingen toch mee naar het dal van Viñales. Het ontbijt was eenvoudig, voor de eetzaal brak een hondengvecht uit. Zeven reuen vochten om één teef, ‘s- nachts was dat ook al het geval geweest, het barst hier van de (magere) honden.
Met de helft van de groep op de fiets voor de beloofde moeilijke beklimming naar het uitzicht over het dal van Viñales. De beklimming viel mee, niemand hoefde af te stappen. Boven aangekomen koffie gedronken genoten van het prachtige uitzicht, foto’s gemaakt, souvenirs bekenen, kaarten gekocht.
Daarna allemaal (op één na, en de 4 thuisblijvers natuurlijk) op de fiets het dal in. Het landschapsbeeld wordt bepaald door bizar gevormde bergen die steil boven de velden uitsteken. Net als alle andere opvallende natuurlijke uitstulpingen zoals de tafelbergen in Arizona en Ayers Rock in Australië, bestaan deze mogotes uit hard steen dat achterbleef nadat de zachtere grond eromheen miljoenen jaren lang aan erosie onderhevig was.
In het Jura-tijdperk maakten ze deel uit van de oceaanbodem, maar tegenwoordig ogen de bergen als overwoekerde ruïnes. De eerste stop in het dal was een tabaksplantage waar we uitleg kregen over het drogen en fermenteren van de tabaksbladeren. Klandestien werden er sigaren verkocht. Daarna het park in. Een nationaal park dat door de UNESCO wordt beschermd. Onderweg nog ploegende ossen gezien, helaas de boer stopte, dus geen foto’s. Bij de ingang van het park werd besloten te gaan wandelen. De gids was een leuke man met gevoel voor entertainment en met veel kennis van zaken. We zagen het kruidje-roer-me-niet, de gom- of lijmboom, de schoonmoederboom met witte en zwarte bladeren (voor- en achterkant). Hij plukte kruiden tegen misselijklheid, hoofdpijn, en buikpijn. We zagen een kolibri. De gids maakte fluitjes van bloemen en maakte gaatjes in bomen, hij ontdekte een venusschoentje, sneed hier wat af, plukte daar wat van bomen, wees ons op papayas en andere fruitbomen en gaf uitleg. Af en toe hoorde daar een dansje bij. Ook bij de boom van kalebassen. Daar moesten wij met kalebas omheen lopen, dat bracht geluk, de kalebas de suerte.
Onderweg bij een boer bananen gekocht, zwarte en bruine biggen gezien bij een zeug. Casave zien koken en ploegende ossen gezien, nu dus wel op de foto gezet. Ook een boer gezien die met een watervat op een slee onder een boom een waterput had gemaakt, daar water uit putte voor consumptie. In het huis van deze boer een kwartier later lemon en koffie gedronken.
Alonie kreeg van de gids nog een halsketting van de vichtivrucht om gedaan. Als de bloem openging dan was de man van wie je dit gekregen had eeuwig de jouwe!!!!!
Terug bij de ingang waar en restaurant was de lunch gebruikt. Jammer dat er geen water in de toiletten was.
Vervolgens op de fiets naar het dorp, daar een uurtje “gewinkeld”en gewandeld.
Veel studenten zaten op het plein bij de kerk (die van binnen ook heel aardig was) te wachten op de bus. Zij gingen zo te zien op kamp. Er waren ook dominospelende jongeren. Op het plein was ook een cultuurcentrum waar ook les gegeven werd in stillevens tekenen. Met de bus terug naar het hotel, waar we een paar uur voor onszelf hadden. We hebben de zieken onze verhalen verteld, anderen zijn gaan wandelen of zwemmen. Om 19.00 u kregen we een welkomstdrankje aangeboden bij de bar met veel cola en weinig rum. Daarna een diner met vis en varkensvlees buiten onder een bloementapijt met een muziekgroep. Stieneke was geweldig op dreef en swingde de hele dansvloer rond. Onze fietsgids, Alfredo, half aangeschoten als hij was probeerde iedereen op de vloer te krijgen wat aardig lukte, ook de chauffeurs deden mee. Na een aantal muziekrondes was het geslaagde feest zo’n beetje afgelopen.
Dag 7, 23 januari
Vertrek om 8.30 met de bus. Vandaag goed nieuws, alle djosertjes zijn weer present. Geen nieuwe zieken, iedereen fietst weer mee, gezond en wel. We rijden richting Viñales, voorbij de bibliotheek, het zwangerschapscentrum,( een centrum waar vrouwen in de laatste maanden kunnen wonen en extra verzorgd worden), langs het plein met cultuurcentrum het stadje uit. Hier komt een mist op. Oei, moeten we nu in de mist gaan fietsen? We blijven optimistisch, Henk zegt dat hij wel zal oplossen (ik neem aan dat hij de mist bedoelt , red.) en inderdaad, plots is de lucht prachtig blauw en witte slierten mist hangen als pakken watten halverwege de prachtige kalkstenen bergen, in de vallei in het Nationaal Park. “Fotostop” wordt er geroepen en we vliegen een aarden weggetje op om tussen het gebladerte héél originele foto’s te maken. Even in de bus en dan weer de fiets op. Gelukkig beginnen we met de zon aan onze 25km. tocht. Het wordt zéér heet, en in Santa Lucia komen we allemaal puffend samen om in een klein schaduwrijk plekje iets fris te drinken. Het zweet loopt in straaltjes van onze gezichten maar we zijn zó fier, “de bende van Djoser” over ons moedig gedrag (niet te verwarren met “de bende van Wim uit V.R.T.!”. We zien onder groot gejuich een kamion met “café” stoppen vóór onze neus, maar we zijn er naast, hij ziet ons en vlucht weg...... Vergeet jullie lekkere bakje koffie. Dan rijden we langs een soort landengte naar de kust, de zee tegemoet. Einde tocht, prachtig zandstrand , klederen af, het zwoele blauwe water in! Dan rust onder de strooien parasols tot het lunchtijd is. Hoe tof: picnic op ’t zand, allen in een cirkel, broodjes vullen met tonijn, groentjes, ananas en banaan! Lekker vers fruitsap erbij, we genieten enorm. Het strand en de zee zijn werkelijk paradijselijk mooi. Dit is nu echt vacantie, hoor je zeggen. Na al het afpeigeren van de vorige dagen, een welkome rustpauze! We verbranden onze huid voor we het merken, en komen om 4 uur als halve roodhuiden de bus in, halfnat, vol zand maar dolgelukkig om de prachtige dag aan het strand van Cayo Jutias in het noorden van Cuba. Wéér een dag om nooit te vergeten!!!!!
Dag 8, 24 januari
Beetje “pimpel” zitten we hier nu op Playa Giron, een all inclusive resort waar we net cervezas, mojitos en cuba libres hebben gedronken. Vandaag een lange reis in de bus gehad met een stop bij de sigarenfabriek. De fabriek bevond zich in Consolacion en scheen uit het jaar 2000 te komen, een luxe voor de werknemers was het er echter niet. Elke werknemer(ster) moet 95 kleine sigaren of 135 grote sigaren per dag maken en zijn hier aan een stuk door mee bezig. Per dag werden er 4000 sigaren gemaakt. Grappig was hoe onder het oog van de bewakers enkelen ons pakketjes sigaren probeerden te verkopen. Na deze stop door naar de Varkensbaai, de plek waar de Amerikanen zijn verslagen door Cuba. Vele borden maken duidelijk hoe groot de nationale trots is
dat de Cubanen daar stand hebben gehouden tegen het Amerikaanse imperialisme. Wij genoten vooral van de helderblauwe Caribische zee. Na een uitgebreide picknick stapten we daar weer op de fiets om 35 km. door de baai richting Playa Giron te fietsen. Een heerlijk “Hollands” tochtje, geen heuvels, vlak en wind tegen. Optimaal voor het groepsgevoel want dicht achter elkaar fietsen hielp echt. Ook hier tussendoor weer een heerlijke duik in de Caribische zee om daarna de laatste kilometers met Sieneke voorop te fietsen. Playa Giron bleek een voormalig militair kampement. Blijkbaar een luxe, want met een huisje met 3 slaapkamers, 2 badkamers, airco en zwembad en zandstrand mag je niet klagen, toch? Voldaan na een buffet, live muziek en de lekkere drankjes kruipen we ons bedje in. Morgen weer een dag vol historie van Cuba
Dag 9, 25 januari
Bij het ontbijt hadden wij een spannend verhaal te vertellen over wat ons was overkomen de voorgaande nacht. Er werd namelijk dwingend aan onze voordeur geklopt en na een paar keer kloppen is één van ons gaan kijken en toen stond er een donkere onbekende, netjes geklede man voor onze deur, Onder het gegil dat er niet opengedaan mocht worden werd het gordijntje weer gesloten en gingen we ons beraden in bed. Uiteindelijk, nadat het geklop was gestopt zijn we onrustig gaan slapen. Dankzij Thomas hadden we thee bij het ontbijtbuffet zodat we de dag goed konden beginnen (theezakjes zelf meenemen en thermoskan heet water vragen en het probleem van geen-thee is opgelost. Bagage naar de bus gebracht, water bijgevuld en een Cubaans Revolutie
Museum naast ons hotel bezocht. Een interessant museum, veel foto’s en verhalen. Daarna de fiets weer op, in colonne op een weg vol kuilen. Het was lekker fietsen op een rustige weg, verkoeld door de wind en met de lichte bewolking was het goed uit te houden. Na en paar korte foto- en plasstops werden we tijdens het fietsen opgeschrikt door een laagvliegend propellervliegtuig dat vlak voor ons op onze weg leek te willen landen. Net toen wij naar de kant wilden stuiven trok het vliegtuig licht op en scheerde over ons heen. Het bleek een postvliegtuig te zijn dat een pakket kranten en tijdschriften had gedropt bij het plaatselijke postkantoor annex staatswinkeltje. Alfredo kocht een krant om deze aan ons te laten zien en liet tevens een bonnenboekje zien van een boer die inkopen deed in het winkeltje. Weer op weg kregen we een douche van een boer die zijn gewassen aan het besproeien was.
Onze laatste stop was bij een paardenwasserij, daar zagen we meerdere bewoners één voor één hun paarden wassen in een met water opgepompte kunstmatige vijver.
Toen iedereen weer bij elkaar was werden de fietsen ingeladen en gingen we met de bus op weg naar Cienfuegos. Aldaar een korte stop voor “sightseeing”, winkelen en een late lunch. De lunch was bij een pizzaria waar wij werden vastgelegd op een ansichtkaart in karikatuur, wat vele lachsalvo’s teweeg bracht. Daarna naar een vroeger paleis, nu een chic restaurant met een primadonna achter de piano. Voor 2 cuc mochten we naar het dakterras om van het uitzicht te genieten onder het genot van een ‘gratis’ Cuba-Libre.. Vervolgens nog een uur rijden naar ons hotel waar we boven bij het zwembad konden genieten van de zonsondergang. Het is een resort met allemaal kleine huisjes bij het strand en op de heuvel. Heerlijk gegeten in het restaurant met prachtige muziek en zang.
Dag 10, 26 januari
Bij het ochtendgloren is al te zien dat het opnieuw en prachtige dag gaat worden, tenminste wat het weer aangaat. Na een zeer uitgbreid ontbijtbuffet waar voor eenieder wel iets lekker te eten was, hadden we de hele morgen vrij te besteden. Enkele djosers kozen ervoor om op krachten te komen en gingen relaxen in het zwembad. Anderen gingen een kanotocht maken of gingen zeilen met een catamaran. Sommige van de groep hebben een wandeltocht gemaakt. Grappig detail daaraan was dat ze een paar gidsen meekregen. Ze dachten eerst dat het een grapje was want het waren 2 hondjes. Deze hondjes, door hen al snel “Alfredo” en” Lassie” genoemd, liepen het paadje al blaffend voor hen uit.
Verder was er nog de mogelijkheid om te gaan duiken of snorkelen. Één persoon heeft werkelijk gedoken. Een vijftal, waaronder ikzelf, heeft gesnorkeld. We werden met en boot tot boven de rotsen met koraal gebracht. Omdat het mijn eerste ervaring met snorkelen was, moest ik wel even wennen. Daarna heb ik echt kunnen genieten van schitterende onderwatergezichten, het water was zeer helder, het koraal prachtig, en de vissen in vele soorten, maten en kleuren schitterend.
Ik heb de meningen wat gepeild en eenieder die ik gevraagd heb had een geweldige morgen gehad. Na de lunch begon weer het echte werk, namelijk 40 km. fietsen over, vooral in het begin, zwaar terrein. Het werkte nu in ons nadeel. Het was ondertussen zeer heet geworden. Enkele djosers verkozen daarom uit voorzorg om toch maar de bus te nemen, en later eventueel in de etappe als het vlakker zou worden mee te fietsen. Het eerste stuk van de route ging door heuvels en op het laatst reden we opnieuw langs de Caribbean. Onderweg hebben we enkele stops gemaakt, bij de eerste zochten we beschutting onder een grote boom. Deze zat vol met kleine bloemetjes die sterk riekten. Volgens sommigen was het een “kerrieboom”, ook viel de term curryboom (kerrie is een verzamelnaam!!) Wat het nu echt was, dat mag de volgende Djoser fietsgroep uitzoeken. In een dorpje stonden Cubanen langs de weg om hun vruchten zoals ananas en banaan te verkopen. Een van ons stopte om de plaatselijke kindertjes te verblijden met pennen, ballonnen en zeepjes uit het hotel. Veel mensen stroomden toe. Er werden foto’s gemaakt en adressen genoteerd om de foto’s naar toe te sturen. Een van de bewoners bleek jarig te zijn en kwam aanzetten met de fameuze Cubaanse verjaardagstaart.
Een van ons mocht ook proeven, zij vond het wel lekker, maar mierzoet. Ze heeft nog wel ananassen gekocht met het “lokale”geld, waarna wij allemaal hebben genoten van een heerlijk stuk sappig ananas. Een voorbeeld waarvan wij westerlingen nog wel wat kunnen leren. De Cubanen hebben bijna niets, zijn met weinig tevreden maar ze staan meteen klaar om datgene wat ze hebben te delen. Na een 3 uur fietsen (40 km.) komen we op onze bestemming in Trinidad. Het vakantiepark heet “Ferca Maria Dolores”, de huisjes zijn prachtig, grote kamers, zelfs met zithoek en keukentje en voor de liefhebbers een ligbad. ’s-Avonds gezamenlijk gedineerd, het eten was niet bijzonder, maar tijdens het eten werden we verrast met een bijzonder dansoptreden. Een schone, zeer schaars geklede dame en een zeer atletische jongeman gaven een zinneprikkelend optreden. Foto’s nemen was bijna onmogelijk door de hoge snelheid van hun dans. Terwijl de dames zicht vergaapten aan de jongeman, zaten de heren met open mond te kijken naar de schone dame. Dan is het niet erg meer dat het eten niet smaakt!!! Na het eten met de bus naar het centrum van Trinidad (het was ongeveer 20 minuten lopen, maar in de avond niet aan te raden,er is geen verlichting). Er was een of ander cultuurfeest. De voorbereidingen daarvoor werden getroffen maar het feest zou pas losbarsten nadat wij weer terug waren. In het stadje hebben we wat geslenterd en wat gedronken op een terrasje. Persoonlijk was ik gauw uitgekeken op Trinidad, het ziet er haveloos, oud en vervallen uit. De straten zien er uit alsof ze aangeelgd zijn door een bekende Gallische steenhouwer uit de Romeinse tijd. Het is alsof deze sterke strijder zijn “Menhirs” in stukken heeft geslagen en vervolgens ruwweg heeft geëgaliseerd. Daarna is er nooit meer enig onderhoud aan gepleegd. Al met al was het een vermoeiende maar zeer geslaagde dag.
Dag 11, 27 januari
In tegenstelling tot voorgaande schrijver was ik bij voorbaat al enthousiast over Trinidad. Behalve prachtige verhalen van mijn broer, die hier vorig jaar is geweest, hou ik erg van stedn en architectuur. Het feit dat en groot deel van Trinidad op de UNESCO werelderfgoedlijst staat gaf al aan dat Trinidad een bijzondere stad moet zijn.
Na het ontbijt gingen de meeste Djosers met de eigen bus naar het centrum van Trinidad om de dag vrij te besteden. Over de cobble-stenen wegen (die aangeven dat je in het erfgoed bent) liep ik met 3 reisgenoten naar Plaza Mayor waar we (naar achteraf bleek, clandestien) de zondagochtendmis bijwoonden. Een koor zong prachtig in de Iglesia de Santisima. Een kleine klim naar de ruïnes van de Nuestra Señora kerk gaf ons een prachtig uitzicht over de stad. Via Ruïnas de Segarte waar we de eigenaar hoorde vertellen over een Nederlands generaal die in de onafhankelijkheidsoorlog heeft meegevochten (Hugo Roberts), gingen we verder door het inmiddels bloedhete Trinidad. Prachtig gekleurde huisjes, muziek uit vele huiskamers en op straat domino spelende oude mannen. Bij de Santa-Annakerk kwam alweer een gele stadsbus uit Nederland de hoek om met bestemming Kesteren. Een kort bezoek aan het grote plein en parque Cespédes waaraan de gebouwen Asamblea Municipal (stadhuis) en Iglesia San Francisco de Paula liggen voordat we in een binnentuin een broodje eten. Richting Plaza Mayor waren een aantal straten bezet door souvenirs- en handwerkkraampjes. De befaamde cocktail canchánchara (rum, honing, limoen, spuitwater) dronken we in de Calle Martinez Villena. De rest van het gezelschap ging nog even via de Santisimakerk (die al dicht bleek) shoppen, en daarna met de bus terug naar Finca Maria Dolores. Ik ging zelf internetten op de hoek Maceo-Simon Bolivar. Toen ik terugliep reed de bus naar Kesteren me weer tegemoet. Na het diner was er een kleurrijke show wat een mooie afsluiting van deze warme dag was.
Dag 12, 28 januari
Na het ontbijt op de fiets gestapt. Vanuit het hotel direct een stevige helling op naar Trinidad. Na een stukje fietsen kwamen we in het mooie vissersdorpje La Boca. Mt z’n drieën achteraan zijn we op ons gemak, genietend verder gefietst langs de Caribische zee, op het schiereiland Ancon. We kwamen langs een café met mooi uitzicht, wij wilden wel koffie, maar omdat de rest van de groep al door was (die hadden te horen gekregen dat er geen koffie was, vandaar red.)zijn wij ook doorgefietst. Ook op het prachtige strandje zagen we geen Djosers. Uiteindelijk bleken zij via een dijk (met harde tegenwind) op het grote strand te zijn waar wij ook uitkwamen. Omdat we daar zo ongeveer gezandstraald werden besloten we terug te fietsen naar het café, waar nu wel koffie was. Na de koffie zijn we naar het strandje gegaan waar we ons onder rieten afdakjes hebben geïnstalleerd. We gingen heel voorzichtig het water in vanwege de keien en dan heerlijk zwemmen en snorkelen in de Caribische zee. Voor de lunch zijn we teruggefietst naar Trinidad en daar zijn we in een heel erg armoedige straat terechtgekomen in een heel mooi paladares. We hebben er heerlijk gegeten: vis, zoals garnalen n kreeft met een lekker koel cristal biertje erbij. Na het eten nog naar de kramiekwinkel en weer wat souvenirs gescoord. Hierna is de groep opgesplitst, sommigen gingen op de fiets, andere met de bus, en een aantal ging lopen.
Dag 13, 29 januari
Op de fiets van Trinidad naar Topes de Callantos, maar wel eindeloos klimmen, oftewel sterven op de fiets. De “barre” tocht begon vanmorgen om 8.00 uur. Alfredo had gisteravond wel verteld hoe zwaar en steil de klim naar “Topes” was, alleen dacht ik toen: het zal meevallen, ik neem nog en Cuba-Libre. Het is een geliefd drankje, bedacht door Amerikaanse soldaten tijdens de onafhankelijkheidsstrijd in 1898. Ik denk dat Fidel Castro daar niet blij mee is, het past niet in zijn “Revolución”.
Maar Alfredo had gelijk: het was zwaar, erg zwaar. Terwijl ik me naar boven zwoegde, meer lopend dan fietsend, keek langs de kant een os me bemoedigend aan, of hij wilde zeggen: ‘je kunt het.’ Ik keek naar boven en zag voor mijn gevoel, zowat in de hemel, een auto rijden. “Moet ik helemaal daarheen”? De natuur was prachtig, maar dat had ik weinig oog voor. Ik had alleen oog voor het uitzichtspunt. Langzaam kwam dit punt dichterbij, Vlakbij mij fietste (pardon, liep) Sieneke. Nog een paar steile stukken en ik was er en had het zwaarste parcours achter mijn bezwete rug.........dacht ik! Wat zwaar! Toch was ik blij dat ik vanmorgen niet in de bus gestapt was om me hierheen te laten brengen. Bij het uitzichtspunt werk ik door enkele mede Djosers als een held toegejuichd. ‘Ze hebben hier koffie,‘ zei Henk.. Meteen was ik de zwaarte van de beklimming vergeten. Een ober met bijna gitzwarte ogen overhandigde me met een besmuikte glimlach mijn koffie. Wacht maar manneke, je bent er nog niet!!!
Gelukkig duurde het nog een half uur alvorens Thomas en José arriveerden en dat was goed voor mij om te herstellen. Rond half elf blies Alfredo onverbiddelijk op zijn fluitje. We gaan weer. Het tweede deel begon lekker, een aangename afdaling die wat mij betreft niet abrupt had hoeven te eindigen. Want even later ploeterde ik weer over de golvende weg. De stijgingen waren niet meer zo heftig, maar wel gemeen. Onderweg werd ik aangemoedigd door Djosers die zo “verstandig” waren om met de bus naar Topes te gaan. Het waren opnieuw 8 zware kilometers. Mijn ogen waren nat, niet van emotie maar van het zilte zout in mijn ogen. Eva finishte vlak voor mij en ging meteen uitgeput in het gras liggen. Haar moeder zei:’je ziet eruit als een gekookt ei.’ Ja, zo voelde ik me óók, het afpellen kon beginnen, de klim was gedaan. Onze reisleidster Marcella was trots op ons, de spitsafbijters van de eerste Djoser-fietsreis door Cuba.
We kregen allemaal (ja, ook degenen die niet hadden gefietst, maar ons hadden aangemoedigd onderweg) een flesje rum om aan te sterken. Nadat ik mijn fiets had gestald genoot ik op het terras intens van een Cubaans biertje en droomde van........nee, verlangde ik naar gebakken kip met friet met als toetje luieren aan het zwembad. Helaas, het zwembad bleek een illusie. Er was wel een zwembad, maar overdekt. De zon zakte tevreden weg achter het troosteloos uitziende Kurhotel. Uit de radio klonk “raindrops are falling......”maar niet voor mij! Want ik voelde me prima hier in Topes de Collantes. Ik bestelde een Cristalbiertje, het was een zware maar bijzondere mooie dag.
Dag 13, na de middag
Met een aantal “niet-kapot-te-krijgen”Djosertjes een pittige wandeling gemaakt
Door de Sierra del Escambray. Vanaf de Topes de Collantes was het een dik uur afdalen naar de Caburni waterval. Gelukkig was de ondergrond droog. Via kleipaden, rotsstenen met af en toe een leuning waardoor we wat gemakkelijker naar beneden (en terug weer naar boven) konden lopen. De meningen over de diepte liep uiteen van 150 meter tot 500 meter. Het was in ieder geval wel pittig maar ook erg mooi om door het ongerepte bos met schitterende rotsformaties te lopen. De moeite werd beloond. De waterval was schitterend, één grote en enkele kleinere, we hebben ervan genoten. Op de terugweg was Dina erg moe en wat schetste onze verbazing, er kwamen twee mannen met paarden aangelopen. Dina is op een van de paarden gaan zitten (de eerste keer van haar leven) en heeft zich als een koninging naar boven laten rijden. Geweldig! We moesten aardig de pas er in hebben want we wilden voor het donker thuis zijn, en dat is gelukt. Het was een leuke ervaring. Het buffet wat we ’s-avonds kregen was erg lekker, we hadden het verdiend na zo’n inspannende dag. De toetjes waren enorm en voor een van de Djosers niet te weerstaan. Om te voorkomen dat we achter het net zouden vissen en de toetjes op zouden zijn draaiden we de rollen van de volgorde van eten om en begonnen met de toetjes als 1e gang. Tot overmaat van ramp gingen we ook nog op de muziek (leuk orkest met zang, live) met z’n allen met de armen zwaaien, het was reuze gezellig. Sieneke maakte pijltjes van servetten en begon hiermee te schieten. Kortom, een hilarische gezellige avond. Misschien speelde het eten van zoveel zoetigheid parten en kregen we allemaal last van ADHD-gedrag van de kleurstof en suiker. Het was weer een heerlijke Djoser-dag, nu de snaveltjes toe en dromen maar.
Dag 14, 30 januari
Topes de Collantes – Santa Clara
Na de beestachtige tocht (de woorden van Alfredo) van gisteren zijn er toch veel mensen die vandaag vol goede moed op de fiets stappen. Wat wil je ook na zo’n uitgebreid ontbijt met o.a. weer zoete taartjes van de vorige avond.
We fietsen naar Manicaragua, zo’n 40 km. Sommigen verheugen zich al op het afdalen, maar oh jee, er zit nog een heftige klim in de route. Tot aan de metador steil omhoog. De meesten redden het zonder af te stappen en het wordt beloond met een grandioos uitzicht over de Laguna Habadanilla, de grootste waterkracht centrale van Cuba. Iedereen breidt zich voor op nog mogelijk wat zware stukken, klimmen tot Jibacoa maar na een korte stijging dalen we een paar kilometer lang af door prachtig junglelandschap. De vingers doen pijn van het remmen. Het landschap verandert plotsklaps in wat droger, vlakker gebied en hier stappen ook de bussers op de fiets. Nog 20 km. is het plan. We komen langs verschillende huisjes en langzaam aan komt er meer verkeer op de weg. In Herradera wachten we elkaar op. Bauke trakteert op taart want haar dochter is vandaag jarig. Heeeeerlijk......en dat voor een paar pesos. Eva heeft trek en besluit nog een stuk te halen, ze heeft alleen 5 cuc en er is geen wisselgeld. De eigenaresse stouwt ons vervolgens vol met taart, we moeten alles meenemen. Gelukkig maken de chauffeurs snel een “bord”uit een stuk karton en kunnen we het is de bus meenemen. De laatste 10 km. komen we veel mensen tegen en we trekken nogal de aandacht. Het is van wat er allemaal te zien valt een van de mooiste routes van de reis. Vlak voor Manicaragua nog !
Hier stappen we op de bus en rijden naar Sta. Clara, de stad die Ché Guevara in december 1958 met zijn manschappen innam. Hier bestellen we pizza’s en bezoeken Ché’s monument en graf. Als één van de bewakers fluit omdat iemand een foto van een boom wil maken denkt iedereen dat Alfredo aandacht wil. In het restaurant valt de stroom uit maar de pizza’s zijn lekker en met het vooruitzicht op nog een middag/avond in Sta. Clara lopen we naar het hotel.
Dag 15, 31 januari
Na voor de meesten goede maar rumoerige discodreunnacht zagen we elkaar voor het ontbijt op het dak. Uitgebreid ontbijten mt fantastisch uitzicht op de stad. Mooi begin van de laatste etappe richting La Habana. Het belooft een mooie dag te worden, strak blauw en wind mee. Om bij het startpunt te komen gaan we eerst een eind met de bus. Een paar uur lang zoeven we door het Cubaanse landschap. Het is een vrij plat en saai stuk. Als er geen palmbomen hadden gestaan had ik het suikerriet zo voor Nederlandse maisvelden kunnen aanzien. De busrit geeft tijd voor wat overpeinzingen en evaluaties met de reisleiding. Het is een mooi maar raar land. De voorkant met sinaasappelbomen, zonnetje en zwaaiende kindertjes staat in sterk contrast met de arme vervallen en corrupte achterkant. Het is prachtig om door de natuur te fietsen en te genieten van de heuvels, zeezichten en mooie kleuren.
De lethargie daarentegen waarmee de mensen soms uit kijken over straat, vuilnis vlakbij en kapotte auto’s blijft toch vervreemd en doet me afvragen hoe het moet met dit land als Castro er niet meer is. Ik wens ze wel het allerbeste, want overal is nog steeds te zien wat het was en weer kan worden. De aankomst in het stadje Matanza haalt ons uit de overpeinzingen. Boven aan een heuvel uitkijkend over de stad lunchen we nog één maal met z’n allen. De inmiddels bekende vispasta, brood, tomaten en fruit smaken weer prima. Kauwend bekijken we de baai waarin Piet Hein de zilvervloot veroverde op de Spanjaarden. Na de lunch vertrekken we dan voor de laatste fietsetappe. We gaan weer steil omhoog, gelukkig niet lang, maar de zweetstromen lopen direct weer langs mijn gezicht. We rijden door een vallei richting Havana. Het is een mooie tocht met alle ingrediënten van de afgelopen weken: heuvels, palmbomen, fruitbomen, oude prachtige sleeën als plymouth en chevrolets en wuivend suikerriet. Via een waanzinnig steile helling rijden we de vallei uit naar de hoogste brug van Cuba, met z’n 110 mtr. We sluiten er onze tocht af met een fantastische Pina Colada. Het laatste stuk naar het hotel rijden we met de bus, door de buitenwijken van Havana naar de binnenstad. Na al die tijd op het platteland is de verandering enorm. Ik kijk er naar uit om morgen de stad te gaan verkennen! Nu eerst een lekkere douche (helaas, toch niet, geen warm water, maar goed). Dan lekker de stad in voor goed eten, dat zal zeker wel lukken!!
Dag 16, 1 februari
Bang om ook in de lift vast te komen zitten (zoals Peter gisteravond) namen wij de trap naar beneden. In de lobby aangekomen mochten we niet doorlopen naar het restaurant, dus schoven we daar aan een tafeltje aan. We kregen een sober met koud geworden omelet als ontbijt, maar de thee en koffie uit het espresso-apparaat waren een goede compensatie. Na een half uur op Henk V, gewacht te hebben konden we eindelijk op weg voor de aller- allerlaatste fietstocht. Dit keer puur door de stad Havana, met een lustig fluitende Alfredo voorop. We trokken veel bekijks en kregen alle ruimte om met de hele groep soms wel van 3 rijbanen te wisselen. Zonder fietssloten moest er wel iemand op de fietsen passen terwijl wij aan het rondkijken waren. Dit werd voornamelijk door de chauffeurs gedaan. We hebben o.a. het volgende gezien tijdens onze fietstocht: Buiten museum met legervoertuigen zoals vliegtuigen, een kunstenaarsstraat met zitjes gemaakt van badkuipen in mooie kleuren en die goed pasten tussen alle muurschilderingen. Een enorm groot plein met een ontzettend grote buste van José Marti, de beroemde dichter. Op dit plein heeft Fidel Castro zijn langste speech ooit gehouden. Een begraafplaats met prachtige graven waar meer dan 1 miljoen mensen begraven liggen. Vervolgens het John Lennon (JL) park met bronzen beeld van JL op een bankje, de parkwachter zette op verzoek van Alfredo JL z’n metalen brilletje op.
Toen moest iedereen natuurlijk met JL op de bank vereeuwigd worden. The hall of fame van het sjieke Nacional Hotel of Cuba was zeer de moeite waard. In dit duurste hotel van Havana werd ons dagelijkse kopje koffie genuttigd. Als laatst fietsten we op een plein langs een gebouw met heel veel heel lange vlaggenstokken met zwarte vlag + witte ster in de top. Heel demonstratief naast een gebouw van de Amerikanen, een soort van consulaat. Deze vlaggen zijn ter herdenking van de Cubaanse sportliedendie verongelukt zijn in een door terroristen opgeblazen vliegtuig in 1976. (1 vlag is 1 dode). Na het fietsen kon iedereen weer zijn tijd vrij besteden. Na een heerlijke lunch op het dak van heet hotel Nacional Park hebben we de rest van de middag geslenterd door het oude centrum van Havana. Hierbij hebben we een goede indruk gekregen van wat Havana te bieden heeft. Het oude gedeelte is vel toeristischer ingesteld dan wat wij voorheen gezien hebben. De lokale bevolking, met name de ouderen, verdienen o.a. hun geld door te poseren met een dikke sigaar, de jongeren door te poseren in kleurrijke jurken, 1 peso per foto. Om 18.00 u. wandelden we met z’n allen naar de Zuidkade waar we een likeurtje aangeboden kregen. Genietend van de prachtige ondergaande zon, het Cubaanse jongerenbandje, het likeurtje, en swingend beleefden we de laatste uurtjes in Cuba. Daarna in Cuba met z’n allen het slotdiner genuttigd. Aan het eind hebben we Marcella, Alfredo en de chauffeurs in het zonnetje gezet en middels een speech hartelijk bedankt voor al hun diensten. We hebben ook nog een ijsje gegeten in Havana’s beroemdste ijssalon. En zo namen we afscheid van een fantastisch fietsvakantie, iedereen happy en voldaan.